Waarvan hangen de antwoorden op gebed af, deel 2

Twee weken geleden stelde ik de vraag: “Waarvan hangen de antwoorden op gebed af?” Het eerste en meest fundamentele deel van het antwoord was dat alle antwoorden op gebed afhangen van de dood van Christus voor onze zonden. De reden dat een rechtvaardige en heilige God vrij is om ons te zegenen met antwoorden op gebed, ook al zijn wij zondaars die veroordeling verdienen, is dat Jezus Christus voor onze zonden stierf en de toorn van God van ons afwendde. Al het heilzame, dat gevallen menselijke wezens ooit hebben ervaren, werd op Golgotha gekocht. En daarom zijn alle antwoorden op gebed gratis geschenken, gebaseerd op Gods barmhartigheid. We kopen geen antwoorden op gebed door iets wat we zeggen of doen; we smeken alleen om de overvloed van barmhartigheid die al gekocht is door het offer van onze Heer.

Het tweede deel van het antwoord op de vraag, “Waar hangen antwoorden op gebed van af?” was dat ze afhangen van ons gehoorzame kinderen zijn. Ik betoogde aan de hand van talrijke teksten uit het Oude en Nieuwe Testament dat onze hemelse Vader zijn eigen woord te schande zou maken en zijn kinderen schade zou berokkenen als hij ons zou geven waar wij om vroegen, ook al gingen wij door in een of andere zonde. Ik benadrukte dat dit niet betekent dat wij zondeloos volmaakt moeten zijn om onze gebeden verhoord te krijgen, want dan zou het gebed: “Vergeef ons onze zonden” een zelf-contradictie zijn. Je kunt niet elke dag bidden dat je zonden vergeven worden, als je vrij van alle zonden moet zijn om je gebeden verhoord te krijgen. En Jezus heeft ons geleerd om te bidden dat onze zonden vergeven worden (Mattheüs 6:12). Er is een verschil tussen een volmaakt kind en een kind dat karakteristiek gehoorzaam is, maar niet volmaakt. Wij moeten niet denken dat wij God kunnen laten doen wat wij willen, als ons hart er niet op gericht is te doen wat Hij wil (1 Johannes 3:22; Jakobus 5:16; Johannes 15:7; 9:31; Psalm 66:16-19; Spreuken 15:29; Jesaja 1:15; enz.).

Vandaag wil ik proberen twee definitieve antwoorden te geven op de vraag: “Waarvan hangt het antwoord op gebed af?” De tekst die ik het moeilijkst heb proberen te begrijpen ter voorbereiding van deze boodschap is Marcus 11:22-25. Het is door het mediteren over deze tekst in samenhang met vele andere dat de laatste twee antwoorden op onze vraag zich aan mij opdrongen.

En Jezus antwoordde hun: “Hebt vertrouwen in God. Waarlijk, Ik zeg u, wie tot dezen berg zegt: “Laat u opnemen en in zee werpen”, en in zijn hart niet twijfelt, maar gelooft, dat zal geschieden wat hij zegt, het zal hem geschieden. Daarom zeg ik u: wat gij ook biddend vraagt, gelooft, dat gij het ontvangen hebt en het zal u ten deel vallen. En wanneer gij bidt, vergeef, indien gij iemand iets schuldig zijt; opdat ook uw Vader, die in de hemelen is, uw schuld vergeve.”

De twee woorden in deze tekst die om opheldering vragen, zijn de woorden “wat dan ook” in vers 24 en “gelooft” in de verzen 23 en 24. Als Jezus zegt: “Wat gij ook vraagt”, bedoelt Hij dan dat we om alles kunnen vragen? Zijn er geen beperkingen? Hangt antwoord op gebed helemaal niet af van waar we om vragen? En als Jezus zegt dat wij niet moeten twijfelen, maar geloven dat wat wij zeggen zal geschieden, bedoelt hij dan dat wij, om onze gebeden verhoord te krijgen, een rotsvast geloof moeten hebben dat God ons precies datgene zal geven waar wij om vragen? Met andere woorden, in welke zin hangt gebedsverhoring af van geloof?

Whatever You Ask in Prayer…

Laten we beginnen met het woord “whatever” in vers 24: “Wat u ook vraagt in gebed, geloof dat u het ontvangen hebt en het zal van u zijn.” Het klinkt absoluut en allesomvattend. Maar er zijn drie redenen waarom we niet moeten denken dat Jezus de bedoeling had om ons een blanco cheque te geven. De eerste heeft te maken met de aard van de taal. De tweede heeft te maken met de andere leringen in het Nieuwe Testament. De derde heeft te maken met de onmiddellijke context.

De aard van de taal is zodanig dat alle woorden hun betekenis ontlenen aan hun gebruik. Daarom wordt de gebruikelijke betekenis van een woord bepaald door het gebruikelijke gebruik ervan in onze cultuur. En de specifieke betekenis van een woord in een bepaalde tekst wordt bepaald door het specifieke gebruik ervan door een bepaalde auteur. Ik illustreerde dit toen ik lesgaf aan Bethel door de klas binnen te komen en te vragen: “Is iedereen er?” Als iemand dan “ja” zei, zei ik iets irritants als: “Nou, waar is Jimmy Carter dan?” En het zou niet lang duren om te illustreren dat het woord “iedereen” al dan niet een absolute, allesomvattende betekenis kan hebben, afhankelijk van de manier waarop het in een bepaalde context wordt gebruikt. Zo is het ook met de term “wat dan ook” in Marcus 11:24. Het kan wel of niet absoluut en allesomvattend zijn. Als je was uitgenodigd om te gaan eten en je ging aan tafel zitten en zei: “Ik eet alles wat je hebt,” dan zou niemand je een potlood te eten aanbieden, of een rieten mand, of een schoen. Ze zouden weten dat “wat dan ook” betekent “wat je ook serveert voor het avondeten.” Dus de betekenis van “wat dan ook” in Marcus 11:24 kan niet worden vastgesteld door alleen naar het woord te kijken. We moeten naar de context kijken om te zien of Jezus er grenzen aan heeft gesteld.

De reden waarom ik er zelfs maar over nadenk of “wat dan ook” allesomvattend was, is dat er elders in de Schrift teksten zijn die leren dat er dingen zijn die we niet zullen krijgen, zelfs als we erom vragen. Ik zal twee van zulke teksten noemen. Jakobus 4:2, 3 zegt: “U hebt niet omdat u niet vraagt, u vraagt en ontvangt niet omdat u ten onrechte vraagt om het aan uw hartstochten te besteden.” Als Jakobus gelijk heeft, dan moet het “wat dan ook” van Marcus 11:24 genuanceerd worden: Je zult niet krijgen waar je om vraagt, hoezeer je ook gelooft dat je het zult krijgen, als datgene waar je om vraagt slechts voor je eigen bevrediging is. Gebeden moeten altijd daden van liefde zijn en dus moeten ze altijd niet alleen gericht zijn op onze eigen voldoening, maar ook op het welzijn van anderen. 1 Johannes 5:14 e.v. is een andere tekst die beperkt waar wij om kunnen vragen:

Dit is het vertrouwen, dat wij in Hem hebben, dat, indien wij iets vragen naar zijn wil, Hij ons hoort. En indien wij weten, dat Hij ons hoort, wat wij ook vragen, weten wij, dat wij de verzoeken, die wij Hem gedaan hebben, verkregen hebben.

Dit is een bijzonder nuttige tekst, omdat het woord “wat dan ook” in vers 15 net zo absoluut gebruikt lijkt te worden als in Marcus 11:24. “Indien wij weten, dat Hij naar ons hoort, wat wij ook vragen, weten wij, dat wij onze verzoeken verkregen hebben.” Maar vers 14 maakt glashelder dat “wat dan ook” in vers 15 betekent “wat wij ook vragen naar Gods wil”. Als dit het geval is in 1 Johannes 5:15, zou het dan ook niet het geval kunnen zijn met Marcus 11:24? Vraagt de onmiddellijke context in Marcus 11 om een beperking van de betekenis van “wat dan ook” in Marcus 11:24, vergelijkbaar met de manier waarop 1 Johannes 5:14 de betekenis van “wat dan ook” in 1 Johannes 5:15 beperkt?

Ik denk het wel. Marcus 11:25, het volgende vers, zegt,

Wanneer gij bidt, vergeef, indien gij iemand iets schuldig zijt; opdat uw Vader in de hemel uw schuld vergeve.

Dit vers eist dat de belofte van vers 24 beperkt wordt. Het laat zien dat toen Jezus zei: “Wat gij ook biddend vraagt, gelooft dat gij het ontvangen hebt en het zal u ten deel vallen”, Hij niet bedoelde dat je kon bidden om wraak te nemen op al je vijanden. Het volgende vers zegt: “Als je staat te bidden, vergeef dan.” Daarom moet het “wat dan ook” van vers 24 op zijn minst een gebed om wraak uitsluiten. Dit betekent dat er geen tegenspraak is tussen Jezus aan de ene kant en Jakobus en Johannes aan de andere kant. Allen zijn het er over eens dat God niet belooft dat absoluut alles waar we om vragen ons gegeven zal worden als we er maar in geloven.

Daarom, in antwoord op onze oude vraag: “Waar hangt antwoord op gebed van af?” Ik zou zeggen, ze hangen af van het vragen om de juiste dingen. 1 Johannes 5:14 is de meest expliciete tekst hierover: “Indien wij iets vragen naar zijn wil, hoort Hij ons.” De juiste dingen om te vragen zijn dingen die overeenstemmen met de wil van God. Toen Jezus zei: “Wat gij ook vraagt in het gebed, gelooft dat gij het ontvangen hebt en het zal u toekomen”, bedoelde Hij dat wat gij ook vraagt dat overeenstemt met Gods wil, gelooft dat gij het ontvangen hebt en het zal u toekomen.

Gelooft dat gij ontvangen hebt…

Dat brengt ons bij het tweede woord in Markus 11:23 en 24 dat verduidelijkt moet worden, namelijk het woord “geloven”, “Gelooft dat gij het ontvangen hebt en het zal u toekomen.” Of, zoals vers 23 zegt: “Wie in zijn hart niet twijfelt, maar gelooft dat zal geschieden wat hij zegt, het zal voor hem geschieden.” De cruciale vraag die uit zulke uitspraken oprijst is: “Hoe is zo’n onwankelbaar geloof mogelijk?” Het enige antwoord dat ik kan bedenken is dat zo’n onwankelbaar geloof alleen mogelijk is als we weten wat God van plan is te doen voor hen die geloven. Of om het anders te zeggen, wij kunnen ongetwijfelt geloof hebben als wij weten wat Gods wil is in een bepaalde situatie. Hoe kun je niet twijfelen als je niet weet wat God van plan is te doen? Hoe kan iemand de zekerheid hebben dat het antwoord op zijn gebed zal geschieden, als hij er niet eerst van verzekerd is dat dit is wat God van plan is te doen in antwoord op zijn geloof? Er moet een basis zijn voor geloof; je kunt niet zomaar willen dat je geen twijfels hebt als je er niet zeker van bent dat wat je vraagt is wat God van plan is te doen.

Ik heb de hele week griep gehad. Maar ik ben niet in staat geweest om te bidden voor genezing met onwankelbaar geloof dat het zal gebeuren. De reden is dat ik niet weet wat Gods wil is met betrekking tot mijn gezondheid. Misschien wil Hij wel dat ik twee weken ziek ben, zodat ik leer niet op mijzelf te vertrouwen, maar op God die de doden opwekt (2 Korintiërs 1:9). En omdat ik niet weet wat God met mijn gezondheid van plan is, is het onmogelijk om er volledig op te vertrouwen dat Hij mij zal genezen als ik Hem daarom vraag. In zulke gevallen moeten we altijd zeggen: “Doch niet mijn wil, maar de Uwe geschiede” (Marcus 14:36).

Ik hoop met dit onderwijs veel onnodige schuldgevoelens weg te nemen. Hoe vaak verwijten wij onszelf niet dat wij om bepaalde dingen niet kunnen vragen met het volle vertrouwen dat God ze zal geven! Maar als we niet weten dat God van plan is ze te geven, hoe kunnen we er dan volledig op vertrouwen dat Hij het zal doen? Telkens wanneer wij gedwongen zijn te zeggen: “Doch niet mijn wil, maar de Uwe geschiede”, geven wij toe dat wij geen zekerheid hebben over de vraag of ons specifieke verzoek zal worden ingewilligd. En er is geen reden om ons daar schuldig over te voelen, want geloof dat geen twijfels kent, is alleen mogelijk waar we, althans in het algemeen, weten wat God van plan is voor ons te doen.

De vraag die schreeuwt om beantwoord te worden, is daarom: “Hoe kunnen wij weten wat God wil doen in antwoord op het gebed, zodat wij Hem daarom kunnen vragen en Hem daarop kunnen vertrouwen?” Hoe komen wij te weten wat God van plan is te doen in antwoord op het geloof? Er zijn twee antwoorden. Het ene is dat God veel van wat hij van plan is te doen openbaart door de Schrift. Het andere antwoord is dat God zijn voornemen buiten de Schrift om privé aan een individu of groep kan openbaren.

Wat ik met dit tweede antwoord bedoel is dat wanneer de Schrift geen belofte geeft dat een bepaalde zegen zeker gegeven zal worden in antwoord op gebed, God op een andere manier bekend kan maken dat hij van plan is de zegen te geven. Ik zeg dit met enige aarzeling, omdat ik dit nog nooit in mijn leven heb meegemaakt. God heeft mij nooit op een andere manier meegedeeld wat Hij van plan is te doen dan door de Schrift. Maar ik denk dat Hij dat wel zou kunnen, dus laat ik deze mogelijkheid open om te weten te komen wat God van plan is te doen in antwoord op geloof.

Wat God wil voor ons leven: Four Biblical Teachings

De meer gebruikelijke manier waarop wij ontdekken wat God wil doen is door het lezen van zijn geopenbaarde woord in de Bijbel. Ik wil vier leringen uit de Bijbel noemen die ons laten zien wat God van plan is te doen voor hen die geloven, en die ons daarom zullen helpen een onwankelbaar geloof te hebben als we om deze dingen bidden.

1. God zal allen redden die Hem aanroepen

Ten eerste belooft God allen te redden die Hem aanroepen. Romeinen 10:13: “Een ieder die de naam des Heren aanroept, zal zalig worden.” Daarom hoeven wij er niet aan te twijfelen dat God ons wil redden als wij dat echt willen. Ons gebed tot Hem om redding moet zijn als het gebed beschreven in Marcus 11:24: “Gelooft dat gij het ontvangen hebt en het zal u ten deel vallen.” Gods specifieke belofte in de Schrift laat de twijfels en onzekerheden rusten over de vraag of God van plan is hen te redden die Hem vragen.

2. God is van plan hen te heiligen die Hij verlost

Een tweede leer van de Schrift die ons in staat zal stellen vol vertrouwen te bidden, is dat God van plan is hen te heiligen die Hij verlost heeft. Dat wil zeggen, als wij God om verlossing hebben aangeroepen, mogen wij er nu op vertrouwen dat Hij ons gebed om heiliging zal verhoren. Heiliging is dat proces waardoor God ons maakt naar het beeld van Christus, het proces van heiliger worden, liefdevoller, vreugdevoller, vredelievender, geduldiger, aardiger, goedhartiger, trouwer, enz. Hebreeën 12:14 zegt: “Streef naar vrede met alle mensen en naar de heiligheid zonder welke niemand de Here zal zien.” Maar omdat het Gods bedoeling is geen van zijn kinderen te verliezen (Johannes 10:28), weten wij dat hij er dus voor zal zorgen dat zij allen deze heiligheid bereiken. Romeinen 6:22 zegt: “Nu gij vrijgemaakt zijt van de zonde en slaven van God geworden zijt, is de wederdienst die gij krijgt heiligmaking en het einde daarvan, het eeuwige leven.” Heiliging is een noodzakelijke etappe op de weg naar het eeuwige leven, en daarom is God net zo zeker van plan ons heiliging te geven als dat Hij ons eeuwig leven wil geven. Dus wij die op God vertrouwen voor het eeuwige leven kunnen bidden voor onze eigen heiliging zonder enige twijfel dat God ons gebed zal horen en verhoren. Wij hebben uit de Schrift geleerd dat dit Gods zekere bedoeling is.

3. Als wij eerst het Koninkrijk zoeken, zal in al onze behoeften worden voorzien

Een derde leer van de Schrift is dat als wij eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid zoeken, in de behoeften van ons leven zal worden voorzien (Mattheüs 6:33). Of zoals Filippenzen 4:19 het zegt: “Mijn God zal in al uw behoeften voorzien, naar zijn rijkdom in heerlijkheid in Christus Jezus.” Natuurlijk hangt het van je doelen af wat je ziet wat je nodig hebt. Als het je doel is om vanmiddag om 6 uur in New Orleans te zijn, dan moet je een vliegtuig nemen. Als het je doel is om een marathon te lopen, moet je dagelijks oefenen op lange afstanden.

Welk doel bepaalt Paulus’ begrip van behoefte? Ik denk dat hij zou zeggen: de wil van God doen, Christus verheerlijken. Dus de belofte is niet voor gegarandeerde welvaart. In feite zegt Paulus in Filippenzen 4:12: “Ik heb het geheim geleerd om overvloed en honger, overvloed en gebrek tegemoet te treden.” De belofte is dat God ons zal voorzien van alles wat we nodig hebben om Zijn wil te blijven doen en Hem te verheerlijken. Wanneer wij dus in deze zin bidden dat in onze behoeften wordt voorzien, hoeven wij er helemaal niet aan te twijfelen dat God zal antwoorden, want de Schrift maakt duidelijk dat Hij dat van plan is te doen.

4. God bewerkt alle dingen ten goede voor de Zijnen

Ik wil nog een bijbelse lering met u doornemen die ons in staat moet stellen te allen tijde te bidden zonder te twijfelen. De leer is dat “in alles God medewerkt ten goede met hen die hem liefhebben, die geroepen zijn naar zijn voornemen”. Dit is de grootste en meest verstrekkende van alle beloften in de Bijbel. Het effect ervan op het gebed is enorm. Het betekent dat wanneer onze specifieke verzoeken worden afgewezen, God iets beters voor ons aan het voorbereiden is. Hij houdt nooit op te werken voor de belangen van zijn kinderen. En daarom kunnen we in elk gebed dat we bidden hier volledig en zonder twijfel op vertrouwen: “God zal mij geven wat het beste voor mij is in antwoord op mijn gebed.” Twijfel daar nooit aan.

Hebreeën 11:6 zegt: “Zonder geloof is het onmogelijk God te behagen, want wie tot God wil naderen (vgl. 4:16) moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij degenen die Hem zoeken, beloont.” Het geloof dat God behaagt in het gebed heeft vertrouwen in twee dingen, dat God bestaat en dat Hij degenen die Hem zoeken, beloont. Wanneer wij in gebed tot God gaan, moeten wij geloven dat Hij ons zal zegenen, anders ontstemmen wij Hem. En wij kunnen geloven dat Hij ons zal zegenen, omdat Hij beloofd heeft in alle dingen te werken tot ons grote welzijn en Zich over ons te verblijden om ons goed te doen (Jeremia 32:40, 41).

Velen van onze gebeden zullen gaan over dingen waarvan wij niet weten of het Gods wil is. Dus zullen we fluisteren: “Toch, niet mijn wil maar de Uwe geschiede.” En we zullen geloven, op basis van Romeinen 8:28, dat als ons specifieke verzoek wordt afgewezen, dat is omdat God iets beters voor ons aan het voorbereiden is. Dit past zo goed bij Matteüs 7:9-11,

Welke man onder u, als zijn zoon hem brood vraagt, zal hem een steen geven? Of als hij om een vis vraagt, hem een slang zal geven? Indien gij, die slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader, die in de hemelen is, goede dingen geven aan hen, die hem vragen! “Geen goed zal Hij onthouden aan hen die rechtschapen wandelen.” Als God ons brood of vis onthoudt, is dat niet om ons een steen of een slang te geven, maar cake en biefstuk.

Wanneer mijn eenjarige, Abraham, een glimmend keukenmes ziet en het wil hebben, zal ik zijn aandacht ervan afleiden naar een grote, groene kan gevuld met wasknijpers en hem laten zien hoe leuk ze zijn. Heb ik zijn gebed verhoord? Nee, ik heb hem niet precies gegeven waar hij om vroeg, maar ja, ik heb wel zijn verlangen beantwoord om ergens leuk mee te spelen.

Eergisteren maakten we als toetje een doos havermoutkoekjes open en die waren beschimmeld, dus ik begon ze allemaal weg te gooien. Maar Benjamin begon te huilen en zei: “Ik zag er een waar geen pluisje op zat.” Maar ik zei: “Benjamin, de schimmel begint te groeien voordat je het kunt zien, en je kunt er ziek van worden. Laten we in plaats daarvan gorp nemen.” Dat deden we, maar Benjamin had het gevoel dat hij op de tweede plaats kwam. En zo voelen wij ons vaak als onze specifieke verzoeken worden afgewezen. We denken dat God ons het tweede beste geeft. Maar dat doet Hij niet. Aan hen die Hem liefhebben en naar Zijn voornemen geroepen zijn, geeft Hij altijd wat het beste voor hen is. Daarom mogen wij, wanneer wij bidden, altijd een onwankelbaar vertrouwen hebben dat God ons zal geven wat het beste voor ons is.

Conclusie

Samenvattend, wanneer Jezus in Marcus 11:24 zegt: “Wat gij ook biddend vraagt, gelooft, dat gij het ontvangen hebt, en het zal u ten deel vallen”, dan verstaan wij onder “wat dan ook”: “wat overeenkomt met Gods wil” (1 Johannes 5:14). En wij begrijpen dat onomstotelijk geloof alleen mogelijk is wanneer God openbaart wat Hij wil doen in antwoord op het geloof. En wij begrijpen dat God in de Schrift zijn voornemen heeft geopenbaard om te redden, te heiligen en te voorzien in de materiële behoeften van hen die Hem aanroepen. En tenslotte is de grootste belofte die in de Schrift geopenbaard wordt, dat God alles zal medewerken ten goede voor ons. En dit betekent dat, ook al kunnen we twijfelen of veel van onze specifieke verzoeken zullen worden ingewilligd, we toch geen enkele twijfel hoeven te hebben dat God ons altijd zal geven wat het beste voor ons is.

Invocation

There is no sorrow, Lord, too light
To bring in prayer to Thee.
There is no anxious care too slight
To wake Thy sympathy.

Gij die de doornige weg hebt bewandeld,
Deelt in elke kleine nood.
De liefde die de grotere last droeg
zal de mindere niet weigeren.

Er is geen geheime zucht die wij uitademen
maar die Uw goddelijk oor ontmoet,
en elk kruis wordt licht onder
de schaduw, Heer, van U.

Amen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.